Inclusieve stad

De rijksoverheid vroeg vijf gemeenten om ieder twintig casussen aan te dragen. Op die manier werden de effecten en knelpunten van de transitie in kaart gebracht. Alle vijf gemeenten droegen een wijk aan waarin de sociaal werkers zonder barrières konden doen wat nodig is. Pathmos Stadsveld is de experimenteertuin in Enschede. 

Wat is City Deal Inclusieve Stad?

Geef mensen in de uitvoeringspraktijk de kans en de tijd om het goede te doen zodat er beter aangesloten kan worden op de werkelijke vragen. Dat is het doel van de City Deal Inclusieve Stad die op 10 maart 2016 door vijf gemeenten en drie ministeries ondertekend werd. Met de ondertekening committeerden partijen zich voor samenwerking aan verregaande, innovatieve aanpakken in het sociaal domein. Enschede is een van de vijf gemeenten die zijn handtekening zette.

Mensen gaan creatiever denken als ze aan een experiment meedoen.

Rixt Wibiër, Wijkteammanager Pathmos Stadsveld

De belangrijkste knelpunten in de transitie volgens Inclusieve Stad City Deal.

  • Niet de vraag maar het systeem is leidend.
  • Het systeem is voor veel hulpvragers te ingewikkeld waardoor nieuwe problemen ontstaan.
  • Voor elk probleem bestaat een eigen regeling. Budgetten zijn versnipperd.
  • Inwoners komen in de knel door botsende wetten en regelgeving.
  • Speelruimte voor sociaal werkers is zeer beperkt.
  • Logische en duurzame oplossingen zijn vaak niet toegestaan.
  • Sociaal werkers en gemeenten kijken te weinig naar kosten en baten.
  • Rechtsgelijkheid staat centraal in plaats van ‘ieder het zijne geven’.

Waaruit bestaat het experiment?

  1. Een bredere geldstroom, budgetten op een hoop gooien.
  2. Grotere handelingsruimte voor het wijkteam.
  3. Competenties sociaal werkers versterken.
  4. Beschermingsbewind onder regie van de gemeente (van 600.000 naar 2,5 miljoen).
  5. Landelijke betere aanpak schuldenproblematiek.

Ondertussen in Enschede:

Wijkcoach Rob Froom en senior WMO consulent Hanneke uit het Broek over de ervaringen op de werkvloer.

Rob:

‘Het is vooral lekker praktisch. We denken niet te moeilijk, gaan met elkaar van bestaande paden af en kunnen doen wat echt nodig is. Moet deze jongen nu echt naar psychomotorische therapie of hebben we aan voetbal genoeg?’

Hanneke:

‘Iedereen zat in zijn eigen wereld met verordeningen en regels. Nu houden we geen dubbele intakes meer en kijken samen naar handelplannen. We nemen de tijd om van elkaar te leren. We dragen geen cliënten meer over maar vragen onze collega direct aan tafel.’